Adrianus Johannus Zwart (1903-1981)


  • achter de vennen van Lage Mierde

  • olieverf op doek, 40 x 80 cm

  • gesigneerd, AJ Zwart, l.o.

  • VERKOCHT


  • heide landschap
  • olieverf op doek, 30 x 40 cm
  • gesigneerd, AJ Zwart, l.o.
  • VERKOCHT

  • polderlandschap in de herfst                        VERKOCHT
  • olieverf op doek, 40 x 60 cm, geplaatst in ene nieuwe stijlvolle lijst
  • gesigneerd; AJ Zwart, l.o.

Arie Zwart werd geboren in Rijswijk. Hij kreeg zijn opleiding aan de Haagse Akademie voor Beeldende Kunst en was enige tijd leerling van de Rijswijkse kunstenaar Otto Kriens. Na zijn opleiding krijgt Zwart een atelier in het ouderlijk huis in Rijswijk.Omdat hij met de verkoop van zijn schilderijen maar nauwelijks in zij levensonderhoud kon voorzien, heeft hij verschillende tijdelijke baantjes, onder meer in de reclame wereld.

Aanvankelijk waren zijn ouders, toen Aad zwart te kennen gaf kunstschilder te willen worden verre van blij, en werd hij door zijn ouders die een winkel dreven, sterk in zijn voornemen afgeremd. Ze bewogen hem eerste een opleiding tot reclameschilder in Amsterdam te volgen. Zwart had echter bij zijn tochten naar de Veluwezoom, waar hij veel schilderde, bemerkt dat er veel belangstelling voor zijn schilderijen bestond, die hij dan ook vlot verkocht. Dit bracht hem er mede toe zijn opleiding aan de Haagse Academie te volgen.

 

Na zijn huwelijk in 1926 begon een zwervend bestaan. Eerst trok het gezin met een woonwagen door Brabant. Toen in 1936 een erfenis werd ontvangen, waardoor de opdracht tot het bouwen van een boot kon worden verstrekt, lag de wereld open. Met de  “Trekschuit” werd bijna veertij jaar, tot 1974, door het land gezworven. Alom trok dit vaartuig de aandacht door de bloem die aan dek werden meegevoerd. Bloemen waren ook de kenmerken elementen in de schilderijen van Zwart. In zijn stillevens, maar ook in zijn landschappen werd meestal een overmaat aan bloemen gevonden. Zij reizen naar Frankrijk en Spanje hebben hier zeker toe bijgedragen. In moeilijker tijden echter, wanneer de schilder depressief was, werden de schilderijen in overeenstemming daarmee, donkerder van toon. Zwart heeft veel geëxposeerd, zowel op zijn boot als in de kunsthandel.

Rond 1938 trok hij naar Meppel. Daar bracht hij de oorlogsjaren door. Al snel kwam hij in contact met andere Meppeler schilders. Samen brachten ze veel plezierige avonden door. Even werden dan de donkere tijden naar de achtergrond verdreven als piano- en vioolspel, overstemd door luid gezang, opklonk vanuit het “Balkengat” , waar “Trekschuit” lag afgemeerd. De laatste jaren van zijn leven  woonde hij met zijn echtgenote in het Rosa Spierhuis in Laren.

De vroege werken van Arie Zwart, de schilderijen die dateren uit zijn "Rijswijkse" periode, zijn nog geschilderd in de traditie van de Haagse School, zoals die op de Akademie werd onderwezen en ook door Otto Kriens. Voorbeelden, onderdeel uitmakend van de collectie van het Rijswijks Museum, zijn; de landschappen in Overvoorde, Cromvliet en de Oude Kerk te Rijswijk.

 
Gaandeweg wint zijn werk aan kleur en wordt zijn penseelvoering losser. Uit de jaren 30 en 40 dateren veel van zijn bekende en populaire polderlandschappen en plasgezichten, die niet alleen qua onderwerp, maar ook qua uitvoering blijven herinneren aan de tradities van de Haagse School.
 
Op zijn reizen naar het Middellandse Zee gebied wordt hij geconfronteerd met het zuidelijk licht en de vele, vaak heldere kleuren  in deze landen. Hij verwerkt deze indrukken in de landschappen die hij ter plaatse maakt.
 
Het schilderij "waterput in een zonnig landschap op Ibiza" is hiervan een treffend voorbeeld.
 
Ook in zijn latere werk in Nederland komt het zuidelijke licht in zijn stillevens en het interieur van zijn woonboot terug. Deze latere en lichtere werken zijn persoonlijker van karakter en vallen op door hun gedurfd kleurgebruik, krachtige penseelvoering en heldere composities.
 
 

Ga terug