Hendrik Willem Mesdag (1831-1915)

  • bomschuiten in een kalme zee
  • olieverf op doek, 89 x 70 cm                               Prijs op aanvraag
  •  gesigneerd voluit r.o.
  • herkomst; kunsthandel Borzo te ís-Hertogenbosch

                         particuliere collectie

                         Sotheby's Amsterdam

 

Welke rechtgeaarde Nederlander kent niet het Panorama Mesdag in de Haagse Zeestraat. Sinds jaar en dag voeren talloze schoolreisjes kinderen af en aan en zelfs in onze dagen van televisie en internet vergapen deze zich nog aan het drie dimensionale vergezicht over zee en land vanaf het Seinpostduin in Scheveningen. Het kostte Mesdag 4 maanden om dit panorama te schilderen, samen met zijn vrouw Sientje, Theophile de Bock, Bernard Blommers en George Breitner. Dit gebeurde in 1881 in opdracht van de in Brussel gevestigde Societe Anonyme du Panorama maritime. Toen deze "kermisexploitant" later failliet ging kocht de niet onbemiddelde Mesdag het 1680 vierkante meter grote doek zelf om het in de Zeestraat te exposeren.
 
Veel minder bekend is het Rijks Museum Mesdag aan de Haagse Laan van Meerdervoort, vlak bij het Panorama. Hier, in het voormalig woonhuis van de schilder, is het grootste deel van de omvangrijke privť collectie schilderijen van Mesdag te zien.
In 1903 werd deze unieke collectie aan de staat geschonken.
 
Mesdag werd in 1831 in Groningen geboren. Na zijn schoolopleiding kreeg hij een aanstelling in het bedrijf van zijn vader, het handelshuis Mesdag & Zonen, waar hij 16 jaar werkte. Vader Klaas Mesdag was amateur schilder en verzamelaar, die er voor zorgde dat zijn beide zonen Hendrik Willem en Taco naast hun schoolopleiding ook tekenonderwijs volgden.
 
De jonge Mesdag wilde eigenlijk schilder worden,  maar kon zich dat pas veroorloven op 33 jarige leeftijd nadat zijn vrouw, de schilderes Sientje Mesdag van Houten (1834-1909) een groot bedrag erfde van haar vader. Mesdag trok zich uit het familiebedrijf terug om zich voortaan geheel aan de schilderkunst te weiden. Zijn neef, de in zijn dagen zeer beroemde schilder Lourens Alma Tadema in Brussel, ontving in 1866 de volgende noodkreet van de jonge schilder;
 
"Ik ben nu 35 jaar. Ik heb een vrouw en kind,  Ik ben opgeleid voor den handel, maar daar deug ik niet voor. Ik ben schilder, help mij."
 
Tadema introduceerde Mesdag bij de eveneens in Brussel wonende Nederlandse schilder Willem Roelofs, bij wie Mesdag lessen zou gaan volgen. Roelofs bracht hem in contact met de schilders van Barbizon. Al vanaf de jaren 30 van de 19e eeuw schilderden kunstenaars in het Franse Barbizon buiten in de natuur (en plein air).
 
Voor die tijd maakte men hooguit schetsen of voorstudies in de buitenlucht, die dan verder uitgewerkt werden in het atelier.. Mesdag zelf had deze manier van werken al eerder toegepast in het Gelderse Oosterbeek, dat ook wel het Barbizon van het noorden werd genoemd.  Hier had zich rond de schilder J.W. Bilders een groep van kunstenaars gevormd, die de natuur opzochten en deze buiten schilderden.
 
Een reis met zijn broer Taco naar het Duitse eiland Nordnerey in 1868 betekende een ommekeer in het werk van Mesdag. Hier raakte hij gefascineerd door de zee als onderwerp voor zijn schilderijen. In een nieuwe stijl, gebruikmakend van een snelle, losse, verfstreek gaf hij op zeer realistische wijze de golven weer, meestal onder een dreigende lucht. Mesdag maakte niets mooier dan het was, het ging hem juist om een pure weergave van de zee in al haar verscheidenheid en zoals zij door hem op dat moment werd waargenomen en ervaren.
 
Teruggekeerd in Brussel en gesteund door de positieve reacties van zijn schildersvrienden, besloot Mesdag zich in dit genre te specialiseren. In 1969 verhuisde de familie Mesdag naar Den Haag, waar Mesdag iedere dag naar Scheveningen ging om daar talloze studies van de zee, de meeuwen, de boten en het strand te maken.
Kennelijk tevreden over zijn werk zond Mesdag in 1870 twee schilderijen in voor de prestigieuze Salon, de officiŽle jaarlijkse kunsttentoonstelling in Parijs. Zijn imposante  "Les Brisants de la Mer du Nord" ontving er een gouden medaille van een jury, die dit werk had verkozen boven "La Vague" van de beroemde Franse surrealist Gustave Courbet.
 
De reputatie van Mesdag was door zijn Franse succes gevestigd, zeker toen hij twee jaar later op de "Tentoonstelling van Levende Meesters" wederom een gouden medaille won. Ook financieel ging het Mesdag voor de wind.  In hetzelfde jaar dat hij het panorama schilderde overleed zijn vader, die hem een klein fortuin naliet. Hierdoor kon hij optreden als meccenas voor onder meer de Italiaanse schilder Antonio Mancini en was hij in staat om zijn collectie schilderijen van eigentijdse Franse en Nederlandse kunstenaars uit te breiden. Zijn voorkeur ging daarbij uit naar de schilders van Barbizon, die dan ook ruim in zijn collectie waren vertegenwoordigd.
 
Mesdag was zeer actief binnen het artistieke leven in Den Haag. Hij was een van de oprichters van de Nederlandsche Teekenmaatschappij in 1876 en was tussen 1889 en 1907 voorzitter van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio. Zijn commerciŽle achtergrond droeg eraan bij dat Pulchri in die periode tot grote bloei kwam.
 
In tegenstelling tot vele andere schilders hield hij de verkoop van zijn schilderijen in eigen hand en zorgde ervoor niet afhankelijk te worden van een kunsthandel. Hij bepaalde zijn eigen prijzen, die niet gering waren en stelde die bij als de omstandigheden daar naar vroegen. Tevens zorgde hij voor een groeiend netwerk, ook internationaal, door overal waar hij kwam te informeren naar de meest vooraanstaande kunsthandelaren. Bij deze introduceerde hij zichzelf vervolgens zonder gene en vergat daarbij nooit te refereren naar de door hem gewonnen gouden medailles en andere eerbewijzen.
 
Mesdag overleed in 1915. 

Ga terug