Johan Hendrik van Mastenbroek (1875-1945)

Johan Hendrik van Mastenbroek werd in 1875 in Rotterdam geboren. Hier overleed hij ook in 1945. Hij woonde en werkte in Rotterdam, Brugge, Parijs, Londen, Den Haag en vervolgens weer in Rotterdam. Hij vormde zich zelf en kreeg daarnaast tekenlessen van  A.H.R. van Maasdijk. Hij was een belangrijke schilder van de Rotterdamse haven, de Maas en de Zuiderzeewerken.

 
Mastenbroek schilderde, aquarelleerde tekende en etste riviergezichten, havens, stadsgezichten en een enkel winters landschap. Zijn werk documenteert de grote technische vooruitgang en de snel toenemende bedrijvigheid in de Rotterdamse haven na 1900. Van Mastenbroek schetste graag buiten bij regenachtig weer aan de schoonheid van de luchten en de heldere kleuren.  'Ik kon staan smullen van de heerlijke wolkenformaties en den aan kleuren zo rijken stijl tusschen zon en wolken' schreef hij hierover in 1945. Hij oogstte in brede kring veel succes met zijn werk.
 
Hij gaf raadgevingen aan J.P. Molenaar en H. van Randwijk. Van Mastenbroek behaalde vele onderscheidingen met zijn werk. Werk van Van Mastenbroek is o.a. opgenomen in de collecties van het Rijksmuseum te Amsterdam, het Rijksmuseum Van Bilderbeek, het Haags gemeentemuseum, het Rijksmuseum HW Mesdag, het gemeentemuseum Harlingen, en het Museum Boymans-van Beuningen te Rotterdam.

Geen naam, die zo met het Rotterdamse stadsgezicht is verbonden is als die van Johan Hendrik van Mastenbroek. Als zoon van een verfhandelaar en een schilderijenverkoper, kwam hij al op jonge leeftijd in aanraking met kunst en kunstenaars. In zijn winkel aan de Schiedamsedijk, verkocht zijn vader schilderijen van de Haagse School en van de Franse meesters als Corot en Daubigny. Johan Bartholt Jongkind kocht zijn materialen eveneens bij Van Mastenbroek sr.

GeÔnspireerd door het contact met deze kunstenaars trok de jonge Van Mastenbroek er zondags op uit, gewapend met een schetsboek om aan het eind van de Rosestraat de beurtschepen af te wachten. De belangstelling voor de kunst groeide ook omdat een van zijn broers als decoratieschilder in Brussel werkte en zijn daar vervaardigde stukken aan zijn jongere broer toonde. Van Mastenbroek schilderde deze dan vervolgens trouw na. Toen hij op 14 jarige leeftijd de lagere school verliet ging hij in de leer bij de schilder Van Andel aan de Nieuwehaven. Op de terugreis van zijn werk maakte Van Mastenbroek vele tientallen tekeningen van de stad. Rond zijn 17de jaar had hij al vele honderden schetsen gemaakt die hem later van pas zouden komen bij het uitwerken van zijn olieverfschilderijen. Hij bezocht in die tijd de avond cursus van de Rotterdamse Academie waar Van Maasdijk zijn belangrijkste leraar werd. Een van zijn mede leerlingen was Kees van Dongen.

In 1923, Van Mastenbroek was toen 18 jaar, kreeg hij een jaarcontract aangeboden door de Engelse kunsthandel Burrington & Boss. Dit was het begin van een reeks internationale contacten, die tot in de jaren 30 zouden worden voortgezet. Zijn deelname aan grote internationale tentoonstellingen leverde hem een groot aantal medailles en eervolle vermeldingen op.

Van Mastenbroek verbeeldt de Rotterdamse binnenstad met een sterk verbreed horizontaal vlak. De binnenhavens in Rotterdam waren breder dan elders, maar in zijn schilderijen wordt dat nog eens benadrukt. Sterk door Jacob Maris geÔnspireerd, schildert hij hoge wolkenluchten in steeds wisselende tonen, die veelal boven water de achtergrond verruimen. De voorgrond wordt in beslag genomen door straten met sleperskarren en werkvolk, of door een veelheid aan scheepstypen. Deze zijn veelal voorzien van menselijke figuren, die een boot lossen, een schuit voortduwen, een dek zwabberen of in groepjes met elkaar staan te praten. Atmosferische beelden met veel stoom of mis, alles gezet in tonen van warme grijzen met aardkleuren als sienna en omber. Soms met felle accenten in groen of blauw, de kleuren van walhuisjes en werkmanskielen Vooral in de periode van 1905 tot 1910, bereikt Van Mastenbroek met zijn werk een kwaliteit, vergelijkbaar met het werk van Boudoin. Enkele van zijn werken hebben titels als; stoom en rook. Toch is hij teveel met de stad verbonden om enkel impressies weer te geven.  Het topografisch aspect verliest hij ondanks de perspectivische veranderingen en sferische invulling niet uit het oog.

De ontwikkelingen in de haven worden door Van mastenbroek uitgebreid gevolgd. Het graven van nieuwe havens, de nieuwe havenkranen en graanelevatoren krijgen een opvallende plaats in het werk en getuigen van zijn grote interesse in de industriŽle techniek. In 1931 vervaardigt hij zijn belangrijkste industriŽle reeks: in een uitgebreide serie tekeningen en schilderijen volgt hij de drooglegging van de Zuiderzee.

Ga terug