Jan Knikker jr. (1911-1990)


  • Gezicht op Rhenen
  • olieverf op doek, 70 x 50 cm
  • voluit gesigneerd r.o.
  • EUR 750,-

  • de bloemenmarkt in Amsterdam
  • olieverf op doek, 53 x 62 cm
  • voluit gesigneerd l.o.
  • VERKOCHT

Jan Simon Knikker, roepnaam Jan, werd in 1911 in Leiden geboren. Hij woonde en werkte in Wassenaar, Voorschoten en Den Haag. Signeerde met Jan Knikker jr. Zoon van Jan Simon Knikker sr. Hij was een leerling van de Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag (1928-1932) en hij schilderde in figuratieve trant landschappen en stadsgezichten. Hij wordt gezien als een navolger van de Haagse School en hij werkte veel voor de kunsthandel. Zijn stadsgezichten zijn vooral in het buitenland bijzonder gezocht.

Hoewel het schildergeslacht Knikker en met name Jan Knikker senior ( Oude Jan) en Aris Knikker uit Noord-Holland kwamen zijn Oude en jonge Jan Knikker tot echte Haagse schilders geworden. Jan Knikker senior (Oude Jan), vestigde zich rond de eeuwwisseling in Den Haag, waar Jan Knikker junior in 1911 aan De La Reykade, nu de La Reyweg, werd geboren. Destijds lag deze aan de rand van de stad met een weids uitzicht op het daarachter gelegen landschap. Zo konden Oude Jan en junior vanuit hun huis onbeperkt inspiraties opdoen om hun impressies van de vrije natuur op het linnen vast te leggen. Naar eigen zeggen,  bescheidenheid was hen vreemd, vertegenwoordigden Oude Jan en junior de welbekende Haagse School  van Maris, Bosboom en Roelofs. Vandaar zo verklaarde Jan Knikker junior in een kranteninterview, dat zij zich toelegden op landschappen en stadsgezichten.

Het viel vader en zoon in de begin jaren niet gemakkelijk om hun schilderijen aan de man te brengen. Wie zijn schilderijen niet kwijt kon had niet te eten. Veel schilderijen werden via de kunsthandel verkocht. (zie ook het verhaal over de verkoop van ongesigneerd werk aan de Hagenaar Henk Welther). Handelaren bestelden regelmatig grote aantallen schilderijen die zij dan in consignatie afnamen. Vervolgens brachten deze de schilderijen regelmatig, snel naar een veiling, zodat er uiteindelijk voor de Knikkers weinig overbleef. In de 30er en 40er jaren deed een goed schilderij zo rond de tien gulden.

De latere Jan Knikker junior was een totaal ander man dan de Jan Knikker uit zijn jeugdjaren. Hoewel hij nog steeds leefde als een bon-vivant, kleedde hij zich niet op een wijze die kenmerkend is voor een kunstenaar. Jan junior zat altijd goed in het pak, zag er gesoigneerd uit , dronk op gezette tijden zijn borreltje en was erg gehecht aan zij vaste merk sigaren. Tot in zijn laatste levensjaren had Jan Knikker junior nog voor jaren opdrachten. Opdrachten, die hem in staat stelden te genieten van de genoegens des levens. Jan Knikker junior werkte uitsluitend overdag. Hij vond het uit den boze te schilderen bij kunstlicht.

Gevraagd naar de reden waarom hij noch zijn vader ooit hadden geëxposeerd, antwoordde Jan junior "De grootste expositie van ons werk is te vinden in de zeer vele woonhuizen waar een schilderij van ons hangt. Helaas zijn deze tentoonstellingen niet openbaar".

Uit het Kunst & Antiek Journaal van juni/juli 2005, artikel van de heer J.H.F.M. Heerkens Thijssen, Register Makelaar Taxateur te Haarlem. Antwoord op een lezersvraag naar aanleiding van de signatuur H. Endlicht en het mogelijke pseudoniem voor een van de schilders uit de Knikker familie.

In de jaren zeventig behoorde de kunstschilder Arnout van Gilst, uit Bennebroek, tot de regelmatige bezoekers van onze Kunstzalen in Haarlem. Hij was een gezellige prater en hij had het vaak over zijn carrière en ervaringen als kunstschilder. Van Gilst was een wat ijdele man, hij droeg altijd een zonnebril, een witte pet en handschoenen. Hij reed in een witte Opel Kapitein. Hij maakte 5 tot 7 schilderijen in de week en hij had drie ezels in zijn atelier staan. Zo kon hij heel gemakkelijk overstappen van het ene naar het andere schilderij.

De meeste schilderstukken gingen in die tijd naar ene Welther in Den Haag. Ze raakten goed bevriend. Henk Welther speelde de kunstschilder op zijn Haags, met de baret schuin op het hoofd. Hij had goede relaties. Eens in de week bracht Van Gilst hem een aantal schilderijen, waarvoor hij afhankelijk van de maat, vijf a tien gulden per stuk kreeg. Hij hoefde ze niet te signeren, dat zou Welther zelf wel doen. Van Gilst ontmoette daar ook collega schilders die precies het zelfde deden. Landschap, stilleven, dorpsgezicht, ect. Deze schilder waren Aris Knikker, Jan Knikker sr., Jan Knikker jr., Henk Schallenberg en Cornelis de Bruin. De schilderijen werden door Welther vervolgens voorzien van een signatuur zoals; H. Endlich, Henk Welther of W. Markenstein. Endlich was de meisjes naam van zijn moeder. Met deze namen, net als Markenstein, kon hij goed terecht op de Duitse markt. De stukken met Welther gesigneerd gingen veelal naar Engeland, , Canada en de Verenigde Staten.

Op deze manier maakten deze schilders een goed inkomen.

 

Ga terug