Begrippenlijst:

abstracte kunst  
Kunst zonder herkenbare voorstelling. Door verschillende schilders rond 1910, onafhankelijk van elkaar ontwikkeld.Ook wel non-figuratieve kunst genoemd. In Nederland kwamen rond 1912  onder meer janus de Winter, Jan van Deene en Piet Mondriaan tot de abstractie.
Amsterdamse Joffers  
Groep kunstenaressen rond om de Amsterdamse Lizzy Ansingh in het begin van de 20e eeuw, die gezamenlijk zochten naar vernieuwing.
Amsterdams impressionisme
Aanduiding voor een aantal schilders die vrijwel allen leerling waren van de Amsterdamse professor August Allebe. Zij gebruikten in tegenstelling tot de heldere kleuren van de Franse impressionisten en het zilvergrijs vaan de Haagse School, vooral donkere kleuren, die in zware penseelstreken werden opgebracht. Tot het Amsterdams impressionisme worden o.a. gerekend;George Hendrik  Breitner, Isac Israels, Suze Robertson en Willem Witsen. Als meest toonaangevend wordt Breitner gezien. 
Arti et amicitia

Arti, opgericht in Amsterdam in 1839, was de eerste vereniging in Nederland waarin beeldende kunstenaars het voor het zeggen hadden. Het statige gebouw, gevestigd aan het Rokin, weerspiegelt de verbetering van de status van kunstenaars in de 19e eeuw.
In 1893/94 werd de indeling van het gebouw gewijzigd onder leiding van H.P. Berlage en A.C. Bleys. De sociëteit op de begane grond dateert uit die tijd, de in zeventiende eeuwse stijl uitgevoerde schouw is een ontwerp van Bleys. Het in vakken verdeelde houtenplafond is met ornamenten beschilderd. Het trappenhuis en de hal zijn grotendeels ontworpen door Berlage, evenals het gevarieerde meubilair in de sociëteit, dat tot op de dag van vandaag dagelijks gebruikt wordt. Het baldakijn-achtige houten plafond in het trappenhuis is in gedecoreerde vakken verdeeld. Zie www.arti.nl

Avant-Garde
In militaire termen “voorhoede”. In de kunst steeds meer toegepast op koplopers en vernieuwers.
Barok
Term uit het Italiaans voor een onregelmatig gevormde parel ( barocca). Kenmerkt zich door sterk bewogen vormen. Was een Europese kunststroming in de17 en 18e eeuw. Met overdadig krullen en vormen voorziene schilderij lijsten worden veelal aangeduid als een barokke lijst.
Bergense school  
Stroming van schilders in en om het dorpje Bergen bij Alkmaar, die onder invloed van de Franse schilder le Fauconnier, een eigen figuratieve expressionistische stijl ontwikkelt. De invloed hiervan is terug te vinden in het werk van o.a.; Piet van Wijngaerdt, Leo Gestel, Jan Sluijters, Charley Toorop, Piet Moderiaan, Dirk Filarsky.
BKR
Beeldende kunstenaarsregeling die in Nederland van 1949 tot 1987 van toepassing was. Geselecteerde kunstenaars verkregen in ruil voor periodiek ingeleverd werk een inkomen. Werd ook wel de contra prestatieregeling genoemd.
craquelé

Alle schilderijen bezitten ouderdomsbarsten, al is dit niet altijd even duidelijk zichtbaar. Ze lopen vanaf de drager door alle verflagen van het schilderij. Het typische ouderdomscraquelé bestaat uit een dicht netwerk van fijne barsten met smalle openingen die in rechte of licht gebogen lijnen verlopen.

Schilderlagen op houten of textiele dragers zijn onderhevig aan mechanische belasting, die met name worden veroorzaakt door de telkens wisselende relatieve luchtvochtigheid. Drager en schilderlaag reageren verschillend op deze veranderingen door uit te zetten en in te krimpen. De bindende kracht van de verflagen hangt weer af van het gebruikte bindmiddel in de verf en van de ouderdom van de verflaag.

craquelé (span- of spieraam)
Span- of spieraamcraquelé bestaat uit craquelévormen in de schilderlaag waarvan de ontstaansoorzaak samenhangt met het spanraam van het schilderij. De meeste schilderijen op textiele dragers vertonen bij nader onderzoek deze vorm van craquelé. Het betreft een enkele en soms meerdere craquelélijnen die gelijkmatig in een bepaalde afstand parallel aan de buitenkanten van het schilderij lopen. De lijnen bestaan uit een lange barst of uit vele fijne, dicht bij elkaar liggende craquelures. Deze vorm ontstaat niet door het aanliggen van het spanraam tegen het doek, maar doordat in deze strook onder invloed van het klimaat ongelijke spanningen optreden. Terwijl het spieraam alleen een smalle strook van de achterzijde van de textieldrager bescherming biedt, wordt de rest van het doek blootgesteld aan de inwerking van het klimaat.
devisionisme

Het schilderen met kleine onvermengde kleurtoetsen. Toen Vincent van Gogh in maart 1886 in Parijs aankwam, experimenteerde hij met kleuren en met het divisionisme. Hij schilderde in een korte tijd een groot aantal bloemstillevens en portretten, waaronder een kleine 30 zelfportretten in een divisionistsche techniek.

doek
Textiele, geweven drager als ondergrond voor de verflagen. Doek kan gemaakt zijn van hennep of vlas  (linnen), zijde of katoen. Het schilderen op doek begon in Europa rond 1500 op te komen. In het begin van de 17e eeuw raakte de textiele drager pas in de noordelijke Nederlanden ingeburgerd. Voor die tijd werden schilderijen op paneel geschilderd.
doubleren of verdoeken
Bij doubleren wordt er een steunweefsel achter het bestaande doek geplakt. Doubleren is gewenst wanneer het doek niet meer in staat is de beeldlaag stabiel te houden, het schilderij bobbels vertoont, er duidelijk sprake is van het loslaten van de verflaag en wanneer er schotelvorming door spanning ontstaat. Voor het doubleren bestaan verschillende technieken.
Ets
Techniek, waarbij een koperplaat wordt voorzien van een mengsel van hars en asfalt en waarin met een naald een voorstelling wordt gekrast. Met zuur worden de lijnen uitgebeten en vervolgens van inkt voorzien, waarmee een afdruk op papier kan worden gemaakt.
Expressionisme 
Stroming in de kunst die rond 1905 overal in Europa ontstaat en waarbij de persoonlijke directe uitdrukking (expressie) van emotie centraal staat.Als beeldende middelen zijn vooral karakteristiek: een voorkeur voor primaire kleuren, een zekere mate van deformatie of overdrijving van de waargenomen werkelijkheid, en een persoonlijke gedreven verfbehandeling: het picturale "gebaar"
Fauvisme        
Stijl in de schilderkunst die aansluit bij bij wat de Franse groep "Les Fauves"( De Wilden, aanvankelijk een scheldnaam) rond 1905 liet zien. In Nederland vertoonden rond 1910 Jan Sluijters en Leo Gestel fauvistische trekken.
figuratieve kunst  
Kunst met een herkenbare voorstelling, tegenstelling van abstracte kunst.
Genre schilderij
Werk met een allerdaagse afbeelding, in het atelier samengesteld en gemaakt, naar realistische handelingen en situaties van zowel de elite als van het gewone volk. De term genre stuk wordt voor het eerst in de 19e eeuw gebruikt.
gouache
Werd als term voor de eerste keer in Frankrijk in de 18e eeuw gebruikt om een doorschijnende, op water gebaseerde verf aan te duiden, die ondoorschijnend werd door toevoeging van een wit pigment of krijt, gebonden met b.v. Arabische gom. In tegenstelling tot het karakteristieke van waterverf, namelijk doorzichtige helderheid,wordt gouache gedefinieerd door matheid en ondoorzichtigheid.
Haagse School  
Groep schilders in de tweede helft van de 19e eeuw, van wie velen enige tijd in- of rond Den Haag verbleven. Terugkerende thema's in hun naturalistische schilderijen zijn met name de natuur, het boeren- en vissersleven
Hollandsche Teekenmaatschappij
In 1876 door een aantal vooraanstaande meesters van de Haagse School opgerichte maatschappij met het doel een jaarlijkse expositie van hoge kwaliteit te organiseren. Het bestuur met o.a. Jozef Israels, Anton Mauve en Jacob Maris, balloteerde streng.
Impressionisme  
Kunstrichting die in de tweede helft van de 19e eeuw in Frankrijk ontstond en daar zijn naam kreeg. Kenmerkend is het “en plein air” schilderen ( in de open lucht), dat voortkwam uit de behoefte een kort ogenblik een bepaalde stemming of sfeer weer te geven. Het accent ligt op de indruk en de kleur die bepaald worden door licht en lucht. Om dit te bereiken brengt de schilder kleine toetsen verf aan, die visueel samensmelten. Opvallend is het lichte, heldere koloriet. Nederlandse kunstenaars die vanuit deze vergelijkbare behoefte schilderden zijn de kunstenaars van de “Haagse School” en de “Amsterdamse impressionisten”, onder wie George Breitner en Isac Israels. Het Nederlandse pallet is echter over het algemeen somberder dan het Franse.

Interieurstuk

De Hollandse meesters uit de 17e eeuw reeds kozen het interieur al tot hun onderwerp.  In de nieuwe republiek werkten de schilders niet langer meer voor de kerk en voor de adel maar werkten zij vooral voor een nieuwe groep afnemers, de kooplieden. Deze toonden maar al te graag hun rijk gemeubileerde huizen en hun welvaart. Het duurde tot de tweede helft van de 19e eeuw voordat de schilders van de Haagse en de Larense School  de armoedige levensomstandigheden van de bewoners van de schrale zandgronden in het Gooi en onder de duinen vastlegden. Een van de eerste die er op uit trok om de vissers en boeren in hun woningen op te zoeken was Josef Israel.  Ondanks alle verschillen hebben de Hollandse interieurs een ding gemeen; het is er donker.
Koloriet
Kleurgeving, de gehele kleurstelling
Kubisme
Het tot geometrische schema's, tot kubussen terugbrengen van een vorm wordt vanaf 1910 in Nederland algemeen bekend. Hier wordt de gematigde vorm van de Fransman Fauconnier toegepast, waarin de realiteit niet geheel vervormde.
Larense School
Groep schilders die omstreeks 1880 naar het landelijk Laren trokken en daar gezamenlijk werkten. De eerste inspirator van de Larense School was Anton Mauve met Albert Neuhuys als en goede tweede. Landschappen en binnenhuistaferelen maakten Laren beroemd.
Luminisme
Een combinatie van 2 componenten; het fauvisme dat in de versie van Jan Sluijters naar Nederland kwam en de ontwikkeling die Jan Toorop in 1930 inzette met kleurig stippel- en vlakjes werk.
marouflage
Met marouflage wordt het plakken van een textiele drager op een onbuigzame plaat bedoeld. In het verleden werden eiken panelen gebruikt, Sinds de introductie van houtvezelplaat (1914) en spaanplaat (1943) worden deze materialen veel toegepast. Redenen voor marouflage kunnen zijn; ernstige beschadigde (gescheurde) doeken, ongewone vormen zoals ovalen en bescherming van de schilderlaag tegen vervorming.
Monogram
Signatuur met de eerste letters van naam en/of voornaam.
Nat-in-nat schilderen
Manier van schilderen, waarbij de olieverfkleuren naast en over elkaar worden aangebracht, waarbij de eventuele vermenging van de kleuren op het doek plaats vindt. Werd veel toegepast door impressionistische schilders in de 2e helft 19e eeuw en de vroege 20e eeuw.
Naturalisme       
In brede zin: richting waarbij de nadruk wordt gelegd op een weergave van de werkelijkheid; het afbeelden met de natuur als voorbeeld. Als ook het minder mooie of zelfs het lelijke onverbloemd wordt weergegeven, spreekt men wel van realisme. Beide termen worden ook wel door elkaar gebruikt.
Olieverf   
Verfstof die met maan-, lijn-, of notenolie is aangemaakt. De pigmenten zijn in olie onoplosbaar. Olieverven kunnen afhankelijk van de gebruikte stoffen, dekkend of doorschijnend zijn. In de 15e eeuw begon men olieverf toe te passen voor schilderijen.
Ophogen/hogen
Een gebruikelijke techniek om massa en volume te benadrukken. De hoging komt tot stand door op de gekozen plekken lichtkleurig pigment te gebruiken, meestal witte gouache of krijt.
Overschilderen of retoucheren 
Als de originele schildering van een schilderij geheel of gedeeltelijk door een of meerdere kleurlagen werd bedekt, door iemand anders dan de kunstenaar zelf, dan is er sprake van overschilderen of retoucheren.  Het kan gaan om het corrigeren van beschadigingen, maar ook om verfraaiingen in het kader van de smaak van de tijd.
Oxidatie (van het doek)
Komt het doek in aanraking met zuurstof uit de lucht, dan oxideert het. Deze oxidatie is een doorgaand proces, dat in het gunstigste geval vertraagd kan worden. Net als de verflaag verliest het doek aan elasticiteit en wordt het bros. Verdoeken of maroufleren kan een oplossing bieden.
passepar-tout
Twee stukken karton, liefst zuurvrij, op elkaar gelegd en bijeengehouden door een reep stof. Het bovenste heeft een venster ter grootte van de tekening of het aquarel dat er achter geplaatst wordt. Het aquarel zelf wordt vastgezet op het tweede stuk karton. De bedoeling van het passepar-tout is het aquarel te beschermen, de esthetische kwaliteit te verhogen en het opbergen te vergemakkelijken.
pastel
Wordt gemaakt door het mengen van droge, poederachtige pigmenten met een niet-vet, vloeibaar bindmiddel als Arabische gom. De ontstane pasta wordt meestal omgevormd tot staafjes en vervolgens gedroogd. Er was een dermate wijd spectrum aan kleuren mogelijk en voorhanden, dat sommige kunstenaars in de achttiende eeuw de kracht en de rijkdom van olieverf trachtten te imiteren. Het resultaat werd pastelschilderingen genoemd. Pastel werd aan het einde van de 15e eeuw in Italië ontdekt en men gaat er van uit dat Leonardo da Vinci de eerste kunstenaar is geweest, die er gebruik van heeft gemaakt.
Perspectief
Techniek waarop op een platvlak de illusie van diepte wordt gewekt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het verkleinen van de objecten naar achteren toe, diagonale lijnen, en kleurverschillen
Ploeg- de Groninger Ploeg
In de twintiger jaren ontstond binnen de kunstenaarsvereniging de Groninger Ploeg, het z.g. Groninger expressionisme. Juist deze periode wordt als de artistiek meest vitale beschouwd: het is het begin van de moderne kunst in Groningen. Bij de naam de Ploeg zal menigeen direct aan Groningen denken en aan schilderijen met grote vereenvoudigde vromen in felle kleuren, aan primitief aandoende houtsneden, litho’s en etsen, aan snelle spontane tekeningen in een even heftige vormentaal als de doeken en het grafiek. Kortom de Ploeg wordt vooral geassocieerd met de artistieke productie uit de jaren twintig. Achter de naam de Ploeg ging echter ook meer schuil: diverse stijlen, verschillende opvattingen en meerdere kunstdisciplines, variërend van beeldenden kunst tot muziek en literatuur, bestonden naast elkaar, want vrijheid hadden de leden hoog in het vaandel staan.
Pointulisme
Techniek die verwijst naar het schilderen met stippeltjes van ongeveer gelijke grootte, waardoor de inwerking van zonlicht op een tafereel (meestal een landschap) wordt gesuggereerd.
Pseudoniem of schuilnaam

Om verschillende redenen maakten schilders gebruik van een schuilnaam. Bekend zijn de pseudoniemen, J van Coever en L. van Staaten,  die Hermanus Koekkoek junior gebruikte tijdens zijn verblijf in Londen. In deze periode dreef hij in Londen en bekende kunsthandel waar hij o.a. veel werk van zijn schilderende familieleden verkocht. Om verwarring te voorkomen werkte hij in die tijd veel onder pseudoniem. Fia van Driel, had zelf  weinig op met de bloemstillevens, die zij onder pseudoniem Tilly Moes in grote aantallen produceerde. Ook waren er kunstenaars die erkenning hadden gekregen binnen een specifieke afgebakend terrein en onder pseudoniem wilden aantonen ook op andere terreinen kwalitatief goed werk te kunnen realiseren. Marinus Drulman, hechte er waarde aan zich te vereenzelvigen met zijn stiefvader Marinus Jansen, een bekend schilder en etser. Uitsluitend tijdens  WO2, toen het door de bezetters was verboden om onder pseudoniem te werken, signeerde hij zijn werk met M.  Drulman.

Tenslotte zijn er ook door de tijd heen altijd lieden geweest die goede sier maakten met het werk van anderen. Henk Welther kocht ongesigneerd werk van o.a. Arnoud van Gilst, Aris Knikker, Jan Knikker junior en Cornelis de Bruin om dit onder de signatuur Henk Welther, H. Endlicht en W. Markenstein weer op de markt af te zetten. Het zelfde wordt gezegd van de koopman Jan Kelderman, die anderen grote partijen schilderijen liet produceren, waarna Jan ze persoonlijk signeerde en als eigen werk weer verkocht.

Pulchri Studio

Kunstenaarsvereniging die in 1847 in Den Haag werd opgericht. Na de 10 daagse veldtocht beijverden de Liberalen voor een grondwet waarin de macht van de Koning werd ingeperkt. Tot aan die tijd spanden vooral de vorsten zich in om de kwaliteit van Kunst en Cultuur te verhogen. Dit paste niet in het Liberale gedachtegoed. Kunstenaars voelden meer dan ooit de behoefte zich zelf te organiseren. Om de band met mogelijke afnemers te versterken mochten ook niet-kunstenaars toetreden tot Pulchri. Ze werden ingeschreven als niet-werkende, kunstlievende leden. De nadruk lag op het faciliteren van werkende-leden.

Zie www.pulchri.nl

Realisme        
In het algemeen een voorstellingswijze, waarbij (in tegenstelling tot idealisme) naar een getrouwe afspiegeling van de werkelijkheid wordt gestreefd. Omdat naturalisme en realisme door elkaar worden gebruikt kan toch een onderscheid worden gemaakt. Met realisme wordt meer de onverbloemde weergave van het gewone en zelfs lelijke werkelijkheid aangeduid.
reinigen

Onder het reinigen of schoonmaken van een schilderij wordt over het algemeen verstaan het reinigen en of het verwijderen van de oppervlakte laag, de zogenaamde vernisverwijdering. Huismiddeltjes zoals het schoonmaken met een doorgesneden aardappel en zelfs met water, moeten ten stelligste worden ontraden. In het eerste geval doen zich ongewenste chemische reacties voor en daarnaast is water de grootste vijand van olieverf; het tast het bindmiddel in de verflagen aan.

Kees van Waning - Voor reinigen

Kees van Waning - Na reinigen

Over het algemeen zal een vernislaag na ca. 50 jaar, door vergeling aan vervanging toe zijn. Laat dit altijd door een professionele restaurateur uitvoeren. Alle door ons aangeboden schilderijen zijn waar nodig professioneel gereinigd en voorzien van een nieuwe vernislaag.

Romantiek
Stroming die ontstaat in de tweede helft van de 18e eeuw, die zich afzet tegen het rationele van de verlichting.. Het weerspiegelt  een verlangen naar de zekerheid van een onbestemd verleden. Schilders vertaalden dit in een vlucht in een droom met grootse landschappen, dode bomen en ruines. 
spanning, spannen van het doek
Bij elk schilderij heeft het doek, dat op een spanraam wordt bevestigd, een eigen optimale spanning.Wordt het te strak gespannen, dan keert het binnen korte tijd weer naar een bepaalde waarde terug, de maximaal te handhaven spanning genoemd. Met spanveren, doubleren en maoufleren kan deze optimale spanning zo lang mogelijk worden gehandhaafd. Doek dat zo gespannen is dat het nog elastisch is, vormt de "ideale" drager voor de schilderlaag.
spanraam
 Spanramen zijn de oudste vorm van opspanning van een textiele drager. De houten latten worden met spijkers of pluggen bij elkaar gehouden. Verslapt de doekspanning, dan moet het doek van de drager worden genomen en opnieuw worden opgespannen.
spieraam
Het spieraam is uit het spanraam ontwikkeld. Het heeft inkepingen in de hoeken en is door middel van spieën te vergroten.
Specialisme   
In de schilderkunst: de beperking van een schilder tot een soort onderwerp, bijvoorbeeld het stilleven, het landschap of het genrestuk.   
Stilleven
Een compositie van levensloze voorwerpen. In de 17e en 18e eeuw werden hiertoe ook dode dieren gerekend. Er zijn verschillende soorten stillens te onderscheiden; bloemstillevens, vanitas-stillevens, visstillevens, jachtstillevens en  pronkstillevens.
Stofferen
Het bevolken van interieurs en landschappen met figuurtjes. Het stofferen werd in vooral de 17e en de 18e eeuw vaak aan een specialist overgelaten.
Vanitas stilleven
Het woord Vanitas komt van het Latijnse Vanity en het refereert naar een type stilleven dat met name in de 16 e en de 17 e eeuw bij Hollandse schilders bijzonder populair was. Het gaf de vergankelijkheid van het menselijke leven aan met haar aardse geneugten. Als symbool werd verwerkt in een stilleven veelal gekozen voor stervende bloemen, een menselijke schedel, een gebroken vaas, of een spiegel.
Vergelen
Niet alleen de afdekkende vernislaag, ook de onderliggende olieverflaag in een schilderij heeft last van vergelen. Dit is een typisch olieverf probleem. Direct na het schilderen heeft olieverf de neiging sterk te vergelen. Deze eerste vorm kan vrij simpel worden tegengegaan door het schilderij bloot te stellen aan zonlicht. Eenmaal droog krijgt een olieverfschilderij echter weer te maken met vergelen, het z.g. secondaire vergelen. Dit proces is niet te stoppen. De boosdoener is de olie die gebruikt is als bindmiddel voor de pigmenten. Lijnolie bevat onverzadigde vetzuren, en die nemen zuurstof op, wat inhoudt dat de verf droogt. Daarbij vergeelt de olie. Eigenlijk vergeelt alleen witte verf. Alle andere kleuren worden donkerder, tot een uiterst donker blauw, waarin geen nuance meer is te zien. Daarom zijn er op oudere schilderijen vaak donkere partijen te zien, zonder veel nuances. Het fenomeen doet zich ook al voor bij het werk van de schilders van de Haagse School.
vernis
Het vernis is de laatste laag  op een schilderij. Het bestaat uit opgeloste harsen, lijmen, gommen, eiwit en drogende oliën. Het vernis geeft de verflaag, diepte, glans, helderheid of matheid. Ook werkt het tot op zekere hoogte als beschermingslaag tegen oppervlakte vervuiling en atmosferische invloeden. Door vervuiling en veranderingen binnen de vernislaag, verdwijnen geleidelijk aan vormen en veranderen kleuren.  Afhankelijk van het type vernis en de vervuilingsgraad zal ieder schilderij om de 30 - 50 jaar professioneel moeten worden gereinigd en van een nieuwe vernislaag moeten worden voorzien.
verso of en verso
Achterzij of aan de achterzijde. Het kan voorkomen dat kunstenaars aan de achterzijde van hun werk de titel, een echtheidwaarmerk of een extra signatuur plaatsten.
waterverf
Waterverf is een dispersie van vaste, weliswaar zeer fijngemalen deeltjes van kleurpigmenten, die als het ware blijven zweven en dus niet oplossen. De belangrijke karakteristiek van waterverf is de helderheid, het gevolg van de doorschijnende aard, waardoor het witte van het papier er doorheen schijnt. Om nog andere effecten te bereiken, gebruikten kunstenaars bij het aquarelleren ondoorschijnende pigmenten en gouache.