Jan Hendrik Weissenbruch (1824-1903)

  • schelpenvisser aan de kustlijn
Prijs op aanvraag
  • olieverf op doek,  37,5 x 46 cm                            
  • gesigneerd voluit l.o.
  • herkomst; Kunsthandel Simonis en Buunk te Ede, in 1998 voor fl 48000,-- verkocht 

          particuliere collectie                    

  • literatuur: J.H. Weissenbruch, Waanders uitgevers 1999, afgebeeld op pagina 136
  • tentoonstellingen; Cat nr 65, J.H. Weissenbruch, Gemeente Museum Den Haag en Museum Jan Cunen te Oss.

Over Jan Hendrik Weissenbruch is weinig bekend. Wat wij weten is afkomstig uit verhalen en anekdotes. Deze werden aan het einde van zijn leven opgetekend, toen hij al een beroemd kunstenaar was. Die roem gaf de verhalen kleur.

J.H. Weissenbruch was een leerling van A. Schefhout en van de Haagse Akademie voor Beeldende Kunst o.l.v. B.J. van Hove. Hij was vooral werkzaam in Den Haag, Scheveningen,  Haarlem en Noorden. Weissenbruch was vooral schilder en aquarellist van landschappen, stadsgezichten en strandgezichten en wordt gezien als een van de grote meesters van de Haagse School. Gaf les aan Victor Bauffe, Theophiel de Bock,  J.J. Heppener en aan zijn zoon Willem Weissenbruch.

Rondom het midden van de 19e eeuw werkte Weissenbruch nog betrekkelijk in de anonimiteit. Wel had hij in deze periode al zijn eerste contacten gelegd met Andries Schelfhout en met Johannus Bosboom. Na het zien van enkele waterverftekeningen van Weissenbruch nodigde Schelfhout de jonge schilder uit voor een bezoek aan zijn atelier.  Bosboom ontried hem dit bezoek. Volgens Bosboom stond Schefhout negatief tegenover het schilderen naar de natuur, want daarmee werd maar verf gemorst. Bosboom vond dat Weissenbruch  op zichzelf moest leren staan.

In Haarlem komt Weissenbruch in aanraking met het werk van Ruisdael. Weissenbruch neemt veel aspecten over. Maar in de wijze van schilderen komt hij los. Het is een langzame zoekende constructie, die uitgaat van Ruisdael, poogt aan te sluiten bij Jongkind en Schelfhout, maar die uitkomt bij iets geheel eigens. Door de tijd heen is Weissenbruch altijd geboeid geweest door experimenten en zocht hij voortdurend naar vernieuwing. Rondom 1880 ontdekt hij de strandgezichten. Zijn aquarelleertechniek heeft nu een zeer  hoge kwaliteit bereikt. Het beeld is veelal verworden tot een stapeling van vlekken. De contouren  worden steeds meer buiten beeld gedrukt. Deze werken tonen een beheersing van de middelen en tegelijkertijd een vluchtigheid, die in die combinatie onbegrijpelijk is.

Bij Weissenbruch gaat het om een subtiel en technisch spel met de uiteindelijk neoklassieke principes van evenwicht en balans tussen kleur en licht: heeft het licht de overhand, dan leidt dat tot een afwezigheid van halftonen en uiteindelijk tot verlies van kleur. Als de kleur de overhand krijgt dan leidt dat tot een verbrokkeling in de voorstelling en in het beeld en tot overheersing van de lokale kleur en verlies van lichtwaarde.

 

Ga terug