Adrianus Volkers (1904-1983)


  • Hoorn, Kloosterpoort op de hoek van Wisselstraat
  • olieverf op doek, 22 x 32 cm
  • gemonogrammeerd, AV, r.o.
  • VERKOCHT

  • boerenbedoening, West-Friesland
  • aquarel, 22 x 32 cm
  • gesigneerd, l.o.
  • EUR 185,-


  • wilgen aan het water

  • aquarel, 28 x 32 cm
  • gesigneerd
  • EUR 185,-


  • zicht op Italiaanse Zeedijk
  • olieverf op doek, 75 x 52 cm
  • gemonogrammeerd, AV, r.o.
  • EUR 1000,-

Adriaan Volkers

Hoorns schilder en zilversmid

n Volkers werd op 29 februari 1904 in Hoorn geboren. Al jong toonde hij belangstelling voor de tekenkunst. Lege plekken in schoolschriften werden gevuld met portretten van medeleerlingen, tot groot ongenoegen van de leerkrachten. Voor tekenen kreeg hij echter een negen.

Het zal niemand verbazen, dat deze jongen na zijn schooltijd niet aardde in de kruidenierszaak van zijn familie. Drie maanden hield hij het vol. Daarna ging hij in de leer bij een zilversmid, wat beter paste bij zijn artistieke aanleg. Bovendien bleef hij zich voortbewegen op het terrein van zijn oorspronkelijke belangstelling, de tekenkunst. Zelfs fietste hij eenmaal per week naar een grachtenpand in Amsterdam, waar hij gratis les kreeg van de beroemde Lizzy Ansingh, één van de Amsterdamse Joffers (een groep schilderessen uit het begin van de 20e eeuw). In deze periode behaalde hij zowel een L.O.- als een M.O.-akte tekenen.

In 1932 trouwde Adriaan Volkers met Mej. D. Zaal. Zij bezat de vaardigheid om kunstige borduurwerken te maken, zodat gezamenlijke exposities aan huis gegeven konden worden, die veel publiek trokken. De plaatselijke pers was enthousiast. In krantenknipsels uit de

30-er jaren vinden we zinnen terug als: "Deze werken zingen stil om de schoonheid van het leven, of ondergaan de moeiten en smarten daarvan." Ergens anders staat: "Hier geniet men ten volle het werkelijk schoone." Nu komen zulke woorden misschien bombastisch over, maar de journalisten waren ongetwijfeld oprecht onder de indruk van deze "veelzijdig begaafde mensch". Bovendien vonden zij de prijzen van zijn kunstwerken zeer laag.

De schilderijen en tekeningen werden dan ook aanbevolen als Sinterklaascadeaus.

In 1939 kon de pers met trots melden, dat drie werken van Adriaan Volkers uitgekozen waren voor een expositie in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Treffend was, dat Kasper Niehaus (een bekend kunstcriticus van De Telegraaf) tussen de 400 geëxposeerde stukken het drietal van deze kunstenaar opmerkte. Uiteindelijk werden dan ook twee van zijn werken geselecteerd voor een eretentoonstelling in Arnhem, die door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog helaas nooit zou plaatsvinden. De schilderijen waren echter inmiddels al afgevoerd naar Arnhem en zouden later worden teruggevonden in Medemblik, waar zij opgeslagen lagen tussen beroemde werken als De Nachtwacht.

De Duitse autoriteiten lieten ondertussen hun oog vallen op Adriaan Volkers. Zij wilden hem onderbrengen in Den Haag, waar hij hun persoonlijke schilder zou moeten worden. Hij voelde hier weinig voor en besloot onder te duiken. Enige tijd verbleef hij in een boerderij in Limburg, waarvan hij een fraaie pentekening maakte.

Na de oorlog is deze kunstenaar onder meer werkzaam geweest als zilversmid voor Roozendaal en anderen. Ook gaf hij tekenles. De privé-lessen bevielen hem hierbij beter dan het schoolonderwijs. Vele leerlingen bewaren daar goede herinneringen aan.

In 1965 vestigde het echtpaar Volkers zich als poortwachters in de Oosterpoort (die in een aquarel werd vastgelegd). Zoals velen zich waarschijnlijk zullen herinneren, was de poort geopend voor publiek en diende als gezamenlijke expositieruimte. Helaas werd het echtpaar zo rond 1980 gedwongen dit aantrekkelijke gebouw te verlaten. Bovendien werd het Adriaan Volkers, door ziekte van zijn vrouw, onmogelijk om nog langer met de fiets stad en veld in te trekken om de mooiste plekjes vast te leggen.

Onverwacht stierf Adriaan Volkers in november 1983. Na zijn overlijden verwierf het Westfries Museum 24 aquarellen en tekeningen van zijn hand, evenals een schilderij (Jaagweg bij de Hulk). Deze vormen de kern van de kleine expositie die vanaf 15 februari 1985 in het prentenkabinet in dit museum wordt gehouden. Enkele particulieren, waaronder familie van de kunstenaar, waren zo vriendelijk om werken in bruikleen te geven, waardoor het mogelijk werd een groter aantal schilderijen en tevens wat zilversmeedwerk te tonen. Bovendien konden enkele handleidingen voor aquarelleren en tekenen, geschreven en geïllustreerd door Adriaan Volkers, worden tentoongesteld.

Voor de oorlog werden aanvankelijk vooral zijn tekeningen gewaardeerd. Een vroeg voorbeeld op onze expositie is een jeugdportret van de musicus Meindert Boekel (1927). Hij was een vriend van Adriaan en gaf samen met hem concerten in Hoornse kerken, waarbij laatstgenoemde de viool bespeelde. Eveneens uit deze periode zijn twee portretten van bekende Hoornaars, namelijk Albert Jonkman en Arie Koning (1928).

Bij de schilderijen komt een ander aspect van Volkers naar voren: zijn hang naar symboliek. Hiervan zijn twee duidelijke voorbeelden op de expositie te vinden. In de eerste plaats is daar het stilleven met het Latijnse onderschrift Salutem inspirantibus reddidisti (Gij hebt weer hoop gegeven, ofschoon ze het niet verwachtten). De schedel is een symbool van de dood, die werd overwonnen door Christus’ kruisdood (op een prentje zichtbaar) en opstanding. De zonnebloem toont het zaad van nieuw leven.

Een tweede voorbeeld vormt "Visserseiland’ uit 1943. Een donkere lucht (de dreigende wereldsituatie) hangt hier boven een nietige visser die zijn bootje (zijn leven) oplapt. Straaltjes zonlicht geven echter hoop....

Overigens zette Volkers al rond 1936 een dergelijk schilderij op het doek.

De tentoonstelling toont ook pure landschappen en stadsgezichten, zonder diepere betekenis. Bij velen zullen deze herinneringen oproepen. Op een schilderij uit 1954 van de Visafslag staan bijvoorbeeld enkele kleurrijke figuren afgebeeld die door de Hoornaars van bijnamen werden voorzien. Verder zijn er onder andere aquarellen van het Baatland, de Korenmarkt en de Schellinkhouterdijk.

Drie zilveren voorwerpen zijn hier geëxposeerd: een bruggetje, een klok en de vroegere molen op het Keern (‘de molen van Kuin’). Achter dit laatste stuk hangt een kleine aquarel met hetzelfde onderwerp.

Volkers’ handleidingen tonen, behalve aardige prentjes, zijn ideeën over de wijze waarop een tekening of aquarel moest worden opgezet. Hierbij valt op, dat hij er geen bezwaar in zag om de officiële aquareltechniek te doorbreken met enkele accenten in dekkende, witte verf. Dit blijkt hij inderdaad toe te passen in zijn eigen aquarellen.

Kortom: Adriaan Volkers beheerste vele technieken en beeldde een groot aantal onderwerpen uit. Een veelzijdig man.

(Samenstelling Annelies de Boer, Educatieve Dienst Westfries Museum 1985)

 

Hij schilderde en aquarelleerde stillevens met bloemen, het Noord Hollandse polderlandschap en stadsgezichten van met name Hoorn.

Werk bevindt zich o.a. in de Rijkscollectie en in het West Fries Museum.

                                                                                   

Ga terug