Albert Torie (1896-1969)

  • Giethoorn, loopbrug                        VERKOCHT
  • olieverf op doek, 30 x 40 cm
  • gesigneerd; l.o. A Torie

 

Albert (Ab) Torie werd in 1896 in Havelte geboren. Op de leeftijd van 5 jaar verhuisde hij naar Meppel, waar hij verder, afgezien van een korte onderbreking te Nieuwleuzen, zijn hele leven heeft gewoond en gewerkt. Torie heeft verschillende en uiteenlopende beroepen uitgeoefend, waaronder in de oorlog de functie van belastingambtenaar, voor hij de stap naar beeldend kunstenaar durfde te zetten. Na 1942 moest hij uitsluitend zien rond te komen van zijn werk als kunstschilder. Voor de oorlog had Torie al heel wat afgeschilderd en bovenal getekend. tekenen was zijn lust en zijn leven.

Van alle Meppeler schilders was Torie het meest veelzijdig. Daarbij had hij zich zelf vrijwel alles zelf aangeleerd, door bezig te zijn, te werken en te experimenteren. Op vrijwel alle gebieden was hij autodidact. Trok Anton Keizer veel met Andre Idserda op, Albert Torie voelde zich meer aangetrokken tot de persoon en het werk van Hugo van Schaik, met wie hij vaak het Staphorsterveld in trok om te schilderen.. Zij werkten veel samen en aanvankelijk bestond er weinig onderscheid tussen hen, qua werk en uitvoering.In die tijd, maar ook later was Torie veel te zien in de groep rond Klaas Smink, terwijl hij ook lid was van "Kunst en Vriendschap".

Wanneer men tegenwoordig over Meppeler schilders praat, worden Torie en Keizer meestal in een adem genoemd. Vaak trokken zij samen het Drentse land in, waar zij, alpinopet op en pofbroek aan, het hun zo vertrouwde landschap ieder in de eigen stijl en kleur vastlegden. Qua werk en persoon verschilden zij evenwel nogal. Keizer had een forse manier van schilderen, terwijl zijn palet veel somberder was dan dat van Torie, die intieme kleurige landschapjes maakt, vol zon. Keizer was een vlot makkelijk iemand, Torie was gereserveerder, meer op zich zelf. Desondanks en wellicht juist daardoor zijn zij jarenlang goede kennissen van elkaar geweest en vrienden in de kunst. Torie kreeg veel relaties via Keizer, die beter contacten wist te leggen.

Een andere collega met wie Torie veel omgang had was de in Meppel verblijvende schilder A. J. Zwart, die tijdens de oorlogs jaren met zijn woonschip "De Trekschuit", in het Balkengat lag en in Meppel wel een mooie tijd, maar geen rijke tijd heeft gehad. Zwart werd door dezelfde onderwerpen aangetrokken als Torie: water, weilanden en sloten. Was er weinig verschil tussen Torie en Zwart wat onderwerpkeuze, voor het kleurgebruik gold in algemene zin hetzelfde. Verschil was er wel in hun manier van werken: Zwart werkte veel vlugger en gemakkelijker dan Torie, die langzamer en bedachtzamer te werk ging.

 Torie was overigens iemand die die zijn eigen gang ging. Hij was een individualist en geen gezelligheidsmens. Hij was kritisch op zijn eigen werk, maar ook op dat van anderen. Hij was echter geenszins een kluizenaar die zich met niemand bemoeide. Hij vond het juist leuk als mensen interesse toonde in zijn werk. In later jaren heeft hij lange tijd enthousiast lesgegeven aan de Hoogeveense Schilderskring. Later werd hij medeoprichter van en bestuurslid van Het Drnets Schildersgenootschap, samen met o.a. Musch, Von Dulmen krumpelmann, Schuurhuis en Keizer.

Samen met Klaas Smink was vooral Torie de schilder geweest die de stad Meppel op talloze manieren en plaatsen heeft vastgelegd. De Meppeler toren, al dan niet met saneringsgebied, de koepel in het Wilhelminapark, de landbouwbank en de leerlooierij, Tweelo, de markt, de grachten, steegjes, straatjes en doorkijkjes. Op een realistisch impressionistische wijze werd dit alles kleurig en harmonieus aan doek, papier of etsplaat toevertrouwd. Het werk van Torie is gevarieerd, het latere werd meer kleurig en vrolijk. Opvallend in zijn werk is dat hij met het palletmes zeer bedreven was en er indrukwekkende, sfeervolle resultaten mee wist te bereiken: pure impressie, een enkele keer tot op het abstracte af. Ook met de brede kwast wist hij raad: met forse kordate strepen zette hij zijn landschappen neer.

Torie was een echte regionale schilder die niet ver van huis hoefde om zich te laten inspireren. In de omgeving van Meppel vond hij alles wat hij zocht en nodig had. Vaak trok hij er op de brommer op uit naar zijn vaste plekjes en zijn favoriete onderwerpen. Het Staphorsterveld, de vlonders van Giethoorn, het water van Jonen, belt- en Schutsloot, maar bovenal het Kierse Wiede.

Albert Torie overleed in 1969 in Meppel. Hij was de laatste van de grote groep Meppeler schilders die nog volop deel had aan het schilderen van de stad, haar omgeving, atmosfeer en figuratie. Als geen ander was hij de schilder van het lage land. Meer dan 50 jaar heeft hij zijn liefde voor het landschap rond Meppel tot uitdrukking gebracht.

 

 




Ga terug