Leo Rikmenspoel (1889-1976)

Leon Eugene Bernard Joseph (Leo) Rikmenspoel werd in 1889 in Amsterdam geboren. Hij woonde en werkte in Amsterdam, Maastricht, Hilversum, Bussum, Den Haag, Zaandam, Den Haag en Laren. Rikmenspoel was een leerling van Aart van Dobbenburgh (ca. 1920) en was naast kunstschilder, componist en schrijver.

In Maasticht waar hij langere tijd verbleef, bezocht Rikmenspoel het gymnasium. Het was zijn grootste wens toneelspeler te worden. Na het gymnasium werd hij leerling van de voordrachtkunstenaar Albert Vogel. Omdat Vogel veel in het buitenland verbleef voelde Rikmenspoel zich vaak alleen en eenzaam. Dit deed hem besluiten journalist te worden voor de Maasbode, om over beeldende kunst te schrijven. In 1918 wordt hij ambtenaar, overdag werkt hij om den brode en 's avonds schrijft hij zijn gedichten.

Reeds in zijn vroege jeugd tekent hij. Dit vat hij op dertig jarige leeftijd weer op; hij tekent op ieder vrij moment, 's avonds en in het weekeinde. De kleur die volgens sommigen in zijn werk ontbreekt, is door de uiterst fijne nuanceringen en overgangen, volkomen gesuggereerd. Zijn schilderijen kenmerken zich door een weemoedige verdroomdheid. Zijn landschappen weerspiegelen zijn liefde voor het in vroeger jaren zo schone Gooi, in brede toetsen neergezet.

Hij schilderde, aquarelleerde en tekende (ook pastel en pen) stillevens, zeegezichten, landschappen, in neo-impressionistische opvatting, alsook een aantal abstracte schilderstukken. Daarnaast was hij een verdienstelijk houtbewerker en vervaardiger van eigen ontworpen voorwerpen. Als componist maakte hij ruim 80 composities voor fluit. Bekend was hij ook als dichter en schrijver.

Voor Rikmenspoel naar Laren kwam, woonde hij lang in Scheveningen. Toen er flats werden geschoven tussen zijn oog en de zee, had de schilder al zoveel branding, kuivende golf en spoelend licht gezien, dat hij in het Rosa Spierhuis tot zijn dood aan, dit onderwerp kon doorwerken. De zee speelde in zijn werk een belangrijke rol. Hij maakte werk, dat wemelde van kleur, maar ook met strakke horizontale geregisseerde bladen. In Laren wist hij de romantische plekjes te vinden en te maken, soms compleet met de onvermijdelijke villaatjes.

In 1876 overleed hij in het Rosa Spierhuis in Laren. Hier vormde hij tijdens zijn laatste levensjaren een opvallende verschijning. Zijn lange sneeuwwitte baard maakte hem tot een aartsvaderlijke verschijning, in het huis waar hij een dankbaar object was voor zijn collega's in de beeldende kunst.

 

Ga terug