G.A.L. Morgenstjerne Munthe (1875-1927)

  • schelpen visser met twee paard en wagens op het strand
  • olieverf op doek, 40,5 x 62 cm                       VERKOCHT
  • gesigneerd voluit en gedateerd 1913 l.o.
  • herkomst; Kunsthandel Simonis en Buunk te Ede en vervolgens particuliere collectie

Gerhard Arij Luwig Morgenstjerne Munthe werd in 1875 geboren als zoon van de Noorse schilder Lutwig Munthe en van Lena Vlierboom, dochter van een redersfamilie uit Rotterdam. Hij was een bewonderaar van de Katwijkse kust en hij koos deze dan ook veelal als zijn onderwerp. Ook in het harde bestaan van de Katwijkse vissers vond hij zijn inspiratie. Katwijk was in die tijd bijzonder geliefd bij een groot aantal schilders, zoals Jan Toorop, Willy Sluiters en Bernardus Blommers.  Munthe had op de Akademie al laten zien dat hij de kunsten van zijn vader had geŽrfd. Na de dood van haar man vestigde Gerhardís moeder zich in Den Haag. Kort daarop werd Gerhard aangenomen als lid van Pulchri Studio, waarvan Hendrik Willem Mesdag op dat moment voorzitter was. Deze introduceerde  Munthe in het Haagse schildersmilieu.Later werd hij eveneens lid van de Haagse Kunstkring, van Arti et Amicitiae en van St. Lucas.

Om zich van zijn eveneens schilderende Duitse oom te kunnen onderscheiden plaatste Munthe het poŽtische Morgenstjerne voor zijn achternaam. Mesdag had grote invloed op het werk van Munthe, evenals Anton Mauve en Jacob Maris. Van de laatste nam hij het thema schelpenvisser over. Door zijn heldere pastel tinten onderscheidde hij zich van de Haagse Scholers. Zijn zeewater kreeg hierdoor een parelmoer-achtig accent.

In 1901 vestigde hij zich samen met zijn vrouw Christine van Gendt in Katwijk. Ze betrokken een riant huis aan het einde van de Noordboulevard. In 1908 vertrok het gezin weer naar Den Haag en in 1912 verhuisden zij naar Zierikzee. Na een korte periode vertrok Munthe via  Scheveningen naar Noorwijk en later naar Noordwijkerhout.

De langste tijd bracht hij in Noordwijk door, waar hij enkele succesvolle tentoonstellingen hield in zijn atelier. In 1910 werd hij uitgenodigd deel te nemen aan de grote kunsttentoonstelling Le Salon te Parijs. Eerder, in 1897 was er voor het eerst een werk van hem te zien  in de Haagse Pulchri Studio. Later volgden (groeps) tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Naar aanleiding van Munthes eerste tentoonstelling bij maison Artz in Den Haag, in 1900, verscheen een opmerkelijke kritiek door A.C. Loffelt in het Nieuws van den dag; zijn kleur is blank en heeft iets parelmoerachtig, dat ook onze stranden zo boeiend maakt, maar heel oorspronkelijk is zijn werk nog niet, zijn keus voor onderwerpen is meestal die van Mesdag, zijn streven naar licht en kleur heeft verwantschap met dat van Jacob Maris. De kleur van water en licht is zo zacht stralend en tintelend als het inwendige van een zeemossel. Hij weet een gematigde branding met veel gevoel en goeden smaak af te beelden.

In 1912 wordt een verandering in het werk van Munthe gesignaleerd op een tentoonstelling bij Sala in leiden. Het NRC vermeld: In het leven van iedere schilder zijn oplevingen en inzakkingen. Na 1912 maken de zachte pasteltinten plaats voor meer uitgesproken aardkleuren met een overgang in een helder rood of blauw. Uit deze periode dateren de werken met vissersvrouwen op het strand.

Veel werk van Munthe is uiteindelijk in het buitenland terecht gekomen.Vooral in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland zijn schitterende werken terug te vinden bij particuliere verzamelaars.

Munthe stierf op jonge leeftijd in 1927 aan een keelaandoening in Leiden.Hij werd begraven in Oegstgeest bij het groene kerkje.

Bron;Documentatie Munthe, W.C. Vaders en J de Mooy

 

 

Ga terug