Cornelis Kuypers (1864-1932)
 
De jonge Kuypers had het schilderen met de paplepel ingegoten gekregen. De in 1864 in Gorichem geboren Cornelis Kuypers was de zoon van landschap- en genreschilder Jan Kuypers. In Amsterdam bezocht Cornelis eerst de Quelliniusschool, waar jonge artiesten de eerste beginselen van het vak werden bijgebracht. Hier viel Cornelis'  vrije en enthousiaste opvatting van het vak niet bij iedereen in goede aarde.  De docenten gingen uit van een academische stijl, meer aangeleerd en vaster dan de vrije stijl waar Kuypers mee dweepte.
 
Na de Quelliniusschool vervolgde Kuypers zijn studie in het atelier van zijn vader, waar hij zich verder verdiepte in het schilderen van landschappen. Na het overlijden van zijn vader in 1892 verliet Cornelis het ouderlijk huis om te trouwen met Elisabeth Terlingen. Het jonge stel vestigde zich in Rijswijk, waar twee zoons werden geboren.
 
De omgeving van Rijswijk bleek voor de kunstschilder een goede inspiratiebron. Moeiteloos vloeiden de aquarellen  met moestuinen en landschappen uit zijn penseel. De gloriedagen van de Haagse School behoorden inmiddels tot het verleden. Rijswijk en Den Haag verloren langzamerhand de aantrekkingskracht die zij in het verleden zo sterk op kunstschilders hadden uitgeoefend. In 1896 vertrok Kuypers met zijn gezin naar Renkum waar ook Theophile de Bock zij laatste levensjaren doorbracht. In Gelderland deed Kuypers opnieuw veel inspiratie op, misschien zelfs nog meer dan in Rijswijk. De natuur was zijn voorbeeld en hij was dan ook vaak buiten te vinden om zijn studies- eigenlijk al complete schilderijen- te maken. Hij schilderde de natuur op zijn manier, waarbij hij de werkelijkheid vooropstelde. zijn werk verschilde wel van de meesters van de Haagse School. Zo maakte hij gebruik van pittige kleurstellingen en had hij een krachtige penseelstreek. Zijn atelier was de natuur zelf.
 
De Veluwe maakte van Kuypers de schilder zoals we die nu kennen, met zandverstuivingen, knoestige stammen en sombere bomen. Er kwamen op zijn schilderijen wel eens mensen voor, maar deze waren altijd ondergeschikt aan de natuur.
 
Dat zijn werk van goede kwaliteit was , bleek wel uit de internationale bewondering die Cornelis Kuypers oogstte. In 1907 behaalde hij met een inzending een medaille in een internationale salon in Barcelona en in 1911 kreeg hij in dezelfde stad een eervolle vermelding. Zijn werk verkocht hij nagenoeg allemaal aan de Amsterdamse kunsthandel Buffa.
 
Tot zijn spijt moest hij met zijn gezin Renkum verlaten onder druk van de moeder van Elisabeth, die haar zonen liever in een stad naar school stuurde. Zo verhuisde de familie naar Den Haag en later weer naar Rijswijk.Cornelis verlangde dikwijls terug naar de Veluwezoom met zijn duinen en bomen. Hij spendeerde zijn tijd liever in het bos dan aan zee, dit in tegenstelling van de meeste andere Haagse Scholers en hun navolgers.
 
Pas in 1924 zou de familie Kuypers weer uit Den Haag vertrekken, deze keer niet naar de Veluwe maar naar Soest. Hier kwam er wat verandering in zijn werk. De Haagse tijd had waarschijnlijk toch invloed op zijn werk gehad. In de omgeving van Loosdrecht waar hij veel schilderde maakte hij meer gebruik van de grote wolkenpartijen in de lucht. Donkere bossen maakten plaats voor licht en wolken.
 
De tijd die in een schilderij ging zitten was over het algemeen niet gering. Op het linnen van kuypers moest alles kloppen. In een aflevering van Elseviers Maandblad uit 1924 schreef H. de Boer; Zijn schilderijen zijn wonderen van verzorgdheid. Elk schilderij dat zijn atelier verlaat, is gewoonlijk het resultaat van een weken-, maanden- en soms jarenlang opvoeren der pirturale valeurs, van veredeling, precisering der stof, die eindelijk voert naar een delicaat verzorgde peinture.
 
Zoals Jan Kuypers zijn zoon Cornelis de liefde voor het schildersvak had bijgebracht, zo deed Cornelis Kuypers dat weer bij zijn zoons. De oudste, Cornelis Marinus, nam al vrij snel het penseel ter hand en kon zo als het ware zijn vader opvolgen. De jongste zoon, Johan Cornelis, begon op 30 jarige leeftijd te schilderen.
 
Cornelis Kuypers  heeft tot het allerlaatst geschilderd. Hij stierf echter niet in het harnas, maar tijdens een partij biljarten op 30 oktober 1932.

 

Ga terug