Leo Gestel (1881-1941)

 

Leendert Gestel werd op 22 november 1881 geboren te Woerden. Zijn ouders, Willem Gestel en Emmetje Scholten, kregen uiteindelijk dertien kinderen. Willem Gestel was huis- en decoratieschilder, die tevens directeur was van de Avondtekenschool te Woerden. Ook een broer van zijn vader, Dimmen Gestel, die artistiek directeur was van een steendrukkerij in Eindhoven, stimuleerde Leo zijn tekenaanleg te ontwikkelen. Na het volgen van de driejarige HBS in Utrecht ging Leo Gestel in Amsterdam van 1900 tot 1903 lessen volgen aan de 'Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs'. Daar ontmoette hij Jan Sluiter die twee klassen hoger zat. Daarna volgde hij in de avond tekenlessen op de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. Hij vestigde zich als vrij kunstenaar. Zijn vrienden gaven hem de bijnaam Leonardo, waarna hij zich Leo ging noemen.

Samen met Jan Sluijters maakte Leo Gestel in het voorjaar van 1904 een reis naar Parijs. In Antwerpen, Brussel, Brugge en Gent maakten zij kennis met de Vlaamse Primitieven en in Parijs met het Louvre en het fauvisme. Terug in Nederland ging Gestel in de zomer naar de natuur tekenen en schilderen. Van Parijse invloeden was nog niets te zien. Gestel betrok in 1906 een atelierzolder op de Tweede Jan Steenstraat 80 in Amsteerdam. Zijn atelier werd een ontmoetingsplaats voor schilders en andere kunstenaars. In 1908 en 1909 schilderde hij en plein-air o.a. langs de Amstel, in Woerden, Montfoort en Mijmegen. In 1910 maakte Gestel in de nazomer opnieuw een studiereis naar Parijs.

In de zomer van 1911 schilderde Gestel voor het eerst in Bergen. Hij nam met negen schilderijen deel aan de eerste tentoonstelling van de Moderne Kunstkring met recent werk. Zijn belangstelling voor het kubisme en futurisme kwam daarna in zijn werken naar voren. Op de tweede tentoonstelling van de Moderne Kunstkring van 6 oktober tot 7 november 1912 werden 11 werken getoond. Hiervan werden er twee aangekocht door mevrouw Kröller-Müller. Van 15 maart tot 9 april 1913 werd bij de kunsthandel Schüller & Eisenloeffel in Den Haag een solotentoonstelling gehouden van 150 werken, waarin de invloed van het kubisme en futurisme zichtbaar was.

Leo Gestel dankte zijn roem aan zijn semi-fauvistische werken. Deze sloten aan bij de internationale tendens die in Nederland geleid werd door Piet Mondriaan, Leo Gestel en Jan Sluijters. Gestels werken werden gekocht door de verzamelaars Dr. J.F.S. Esser, Piet Boendermaker (1877-1947) en Helene Kröller-Müller.

In januari 1914 vertrok Gestel in gezelschap van zijn vrouw en de schildersvrienden Else Berg en haar vriend Mommie Schwarz naar Mallorca. Hij wilde ook in de winter naar de natuur schilderen. Ook zijn grootste afnemer, Boendermaker, voegde zich met zijn vrouw in Barcelona bij het gezelschap. In mei ging het gezelschap naar Madrid om in augustus vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland terug te keren.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914) en het overlijden van zijn moeder (1915) veranderde zijn werken naar een gematigd modern figuratief genre. Piet Boendermaker, de zoon van een rijke Amsterdamse makelaar, kocht vele van Gestels werken en van Gestels vrienden. Hij zou tenslotte 550 werken van Gestel bezitten. In oktober 1915 exposeerde Gestel 25 van zijn Mallorca-schilderijen op de eerste tentoonstelling van de juryvrije Hollandse Kunstenaarskring. In 1918 exposeerde Gestel 57 werken op de tentoonstelling van de Hollandse Kunstenaarskring, die gehouden werd van 22 februari tot 23 maart in het Stedelijk Museum. Ondertussen ging Gestel, misschien onder invloed van de in Nederland verblijvende Henri Le Fauconnier, expressionistisch schilderen.

In 1918 schilderde Gestel minder wegens de gevolgen van een maagoperatie. Tot zijn dood zou hij last hebben van zijn maag. In 1921 liet Gestel in Bergen aan de Buerweg 4 het huis De Hulsten  bouwen om zich te vestigen. Gestel trouwde in 1922 met An Overtoom, maar had vanaf dat jaar last van depressies. In februari 1923 ging Gestel samen met zijn vrouw en Zus Boendermaker, de dochter van de kunstverzamelaar Piet Boendermaker, op bezoek bij Adriaan Lubbers in Dresden. Gezamenlijk gingen daarna op reis naar Italië. Lubbers bleef achter in het vissersdorp Positano bij Napels, toen Gestel doorging naar Taormina op Sicilië (januari - juni 1924). Van juni tot november 1924 verbleef Gestel ook in Positano. Daarna keerde het hele gezelschap terug naar Nederland. Door een romance met de twintig jaar jongere Zus Boendermaker tijdens de reis verbleef Gestel na de reis in 1925 enige tijd in België bij de schilders Gustave De Smet en Frits Van den Berghe, die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in Nederland had leren kennen, daar zij gevlucht waren voor het oorlogsgeweld. Gestel verbleef tot 1927 met onderbrekingen bij hen en maakte kubistisch expressionistische werk.

Werken van Leo Gestel hingen op de van 10 april tot 31 mei 1926 gehouden tentoonstelling Exposition Hollandaise in het Musée Jeu de Paume. In november 1927 verbrak Gestel de relatie met Zus Boendermaker. Hij was zeer depressief en werd eind 1927 door zijn vrouw opgehaald en teruggebracht naar Nederland. Piet Boendermaker kocht daarna nog slechts een enkel werk.

Op 9 februari 1929 brandde Gestels atelier in Bergen af, waarbij vrijwel al zijn werk uit de tijd daarvoor, ongeveer 400 werken, verloren ging. Gestel besloot na de brand in Blaricum te gaan wonen. In de erop volgende periode maakte Gestel vele naaktstudies. In de jaren dertig waren paarden een geliefd onderwerp. De Larense kunsthandelaar P.A. Regnault kocht na de verwijdering met Boendermaker werken van Gestel. In het voorjaar van 1933 lag Gestel in het St. Jansziekenhuis in Laren wegens zijn maagkwaal. Het was het begin van een jaarlijks terugkerend probleem. Vlak voor zijn zestigste verjaardag werd Gestel opgenomen in het Diaconessen Ziekenhuis te Hilversum. Hij overleed daar op 26 november 1941.

Naast een grote hoeveelheid schilderijen en tekeningen maakte Gestel ook affiches, tapijtontwerpen en illustraties voor boeken en tijdschriften. In het postkantoor van Hilversum is een wandschildering uit 1946 te zien, waarvoor Gestel in 1939 de opdracht kreeg, maar na zijn dood werd uitgevoerd door de door Gestel al eerder aangezochte kunstenaar Charles Roelofsz.

Een groot deel van de tekeningen e.d. van Gestel kwam na de dood van de weduwe Gestel in 1961 in het bezit van de Rijksacademie in Amsterdam. De Rijksacademie droeg de nalatenschap in 1982 over aan de Rijksdienst Beeldende Kunst in Den Haag, die in 1997 is opgegaan in het ICN (Instituut Collectie Nederland).

Bron; att. Leurs